De eerste van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstelling wil tegen 2030 ‘een einde maken aan armoede overal en in al haar vormen’.

In 1990 leefden naar schatting twee miljard mensen (36% van de wereldbevolking) in extreme armoede. Dit betekent rondkomen met  minder dan $ 1,90 per dag. Dankzij de implementatie van de MDGS en andere initiatieven is dit aantal in 2010 met bijna de helft teruggebracht tot ongeveer 1,1 miljard mensen. In de daaropvolgende jaren bleef het aantal mensen die in extreme armoede leven afnemen, en in 2019 was het gedaald tot 631 miljoen (zo’n 8,2% van de bevolking).

Een daling van bijna 28% in 29 jaar; we waren op de goede weg.

Maar toen kwam Covid 19. Helaas zijn de armoedecijfers door deze wereldwijde pandemie voor het eerst in decennia gestegen, en is meer dan vier jaar vooruitgang ongedaan gemaakt.

De nasleep van de pandemie, de wereldwijde inflatie en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne maken de zaken nog ingewikkelder. Als we deze SDG tegen 2030 willen halen, hebben we de komende jaren zeker nog wat werk voor de boeg.

TARGETS

1.1 Tegen 2030 extreme armoede uitroeien voor alle mensen wereldwijd, die met minder dan $ 1,25 per dag moeten rondkomen

1.2 Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen

1.3 Nationaal toepasbare sociale beschermingssystemen en maatregelen implementeren voor iedereen, met inbegrip van sociale beschermingsvloeren, en tegen 2030 een aanzienlijke dekkingsgraad realiseren van de armen en de kwetsbaren

1.4 Er tegen 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen, in het bijzonder de armen en de kwetsbaren, gelijke rechten hebben op economische middelen, alsook toegang tot basisdiensten, eigenaarschap en controle over land en andere vormen van eigendom, nalatenschap, natuurlijke hulpbronnen, gepaste nieuwe technologie en financiële diensten, met inbegrip van microfinanciering

1.5 Tegen 2030 de weerbaarheid opbouwen van de armen en van zij die zich in kwetsbare situaties bevinden en hun blootstelling aan en kwetsbaarheid voor met klimaatgerelateerde extreme gebeurtenissen en andere economische, sociale en ecologische schokken en rampen beperken

1.a Zorgen voor een aanzienlijke mobilisatie van middelen afkomstig uit verschillende bronnen, ook via versterkte ontwikkelingssamenwerking, om adequate en voorspelbare middelen te voorzien voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen, om programma’s en beleidslijnen te implementeren die een einde moeten maken aan armoede in al haar vormen

1.b Solide beleidskaders creëren op nationaal, regionaal en internationaal niveau, die zijn gebaseerd op ontwikkelingsstrategieën ten gunste van de armen en het genderbeleid, om de versnelde investering te ondersteunen in acties die gericht zijn op het uitroeien van de armoede