Duurzame ontwikkelingsdoelstelling nummer 2 wil ‘een einde maken aan honger, voedselzekerheid en verbeterde voeding bereiken, en duurzame landbouw promoten.’

Op dit moment heeft bijna één op de drie mensen geen regelmatige toegang tot fatsoenlijk voedsel. 1 op de 10 mensen lijdt zelfs aan honger (een toestand van chronische ondervoeding).

De strijd om honger uit te roeien is al decennialang aan de gang, en er zijn reeds grote stappen gezet. Maar net zoals het geval is met veel van de SDG’S, is er tijdens de COVID-19 pandemie veel vooruitgang verloren gegaan. Deze wereldwijde gezondheidscrisis, samen met de verstoring van de systemen voor voedselvoorziening als gevolg van de oorlog in Oekraïne, vergroten de voedselonzekerheid wereldwijd.

Om deze crisis te bestrijden, zullen ook de prijzen van voedsel moeten worden aangepakt. Deze zijn in 47% van alle landen exponentieel gestegen, en zullen naar schatting nog verder omhoog gaan. Als we een kans willen maken op het bereiken van SDG 2, zullen alle landen een serieus tandje moeten bijsteken.

TARGETS

2.1 Tegen 2030 een einde maken aan honger en voor iedereen, in het bijzonder de armen en de mensen die leven in kwetsbare situaties, met inbegrip van kinderen, toegang garanderen tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel en dit het hele jaar lang

2.2 Tegen 2030 komaf maken met alle vormen van ondervoeding, waarbij ook tegen 2025 voldaan moet kunnen worden aan de internationaal overeengekomen doelstellingen met betrekking tot groeiachterstand en ondergewicht bij kinderen onder de 5 jaar; en eveneens tegemoet komen aan de voedingsbehoeften van adolescente meisjes, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en oudere personen

2.3 Tegen 2030 de landbouwproductiviteit en de inkomens verdubbelen voor kleinschalige voedselproducenten, in het bijzonder vrouwen, inheemse bevolkingen, familie boeren, veefokkers en vissers, onder meer door een veilige en gelijke toegang tot land, andere productieve hulpbronnen en inputs, kennis, financiële diensten, markten en opportuniteiten die toegevoegde waarde bieden en ook buiten de landbouw tewerkstelling genereren

2.4 Tegen 2030 duurzame voedselproductie systemen garanderen en veerkrachtige landbouwpraktijken implementeren die de productiviteit en de productie kunnen verhogen, die helpen bij het in stand houden van ecosystemen, die de aanpassing capaciteit verhogen in de strijd tegen klimaatverandering, extreme weersomstandigheden, droogte, overstromingen en andere rampen en die op een progressieve manier de kwaliteit van het land en de bodem verbeteren

2.5 Tegen 2020 de genetische diversiteit in stand houden van zaden, cultuurgewassen en gefokte en gedomesticeerde dieren en hun in het wild levende verwanten, ook aan de hand van zaad- en planten banken die op een degelijke manier beheerd en gediversifieerd worden op nationaal, regionaal en internationaal niveau; en de toegang bevorderen tot het eerlijk en billijk delen van voordelen afkomstig van het gebruik van genetische hulpbronnen en daaraan gekoppelde traditionele kennis, zoals internationaal overeengekomen

  1. Verhogen van de investeringen, door versterkte internationale samenwerking, in landelijke infrastructuur, landbouwkundig onderzoek en uitgebreide diensten, technologische ontwikkeling en genetische databanken voor planten en vee om de landbouwkundige productiecapaciteit in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen, te versterken
  2. Corrigeren en voorkomen van handelsbeperkingen en scheefgegroeide situaties op de wereld landbouwmarkten, door onder andere tegelijk alle vormen van landbouw exportsubsidies en alle export maatregelen met een gelijkaardig effect af te schaffen, in overeenstemming met het mandaat van de Ontwikkelingsronde in Doha
  3. Maatregelen aannemen die de correcte werking moeten garanderen van de voedsel grondstoffenmarkten en hun afgeleiden en een snelle toegang tot marktinformatie bevorderen, met inbegrip van informatie over voedselreserves, om de extreme volatiliteit van de voedselprijzen te helpen beperken